Natuur

Het nieuwe innamepompstation krijgt ondergrondse leidingen als toevoer. Voorafgaand aan de werkzaamheden heeft uitgebreid natuuronderzoek en afstemming met overheden en natuurbeheerders plaatsgevonden. Zo is de overlast zoveel mogelijk beperkt, werken we met oog voor de omgeving en past het innamepompstation in het landschap.

We nemen verschillende maatregelen om de natuurwaarden in het omliggende gebied te ontzien en waar mogelijk te verhogen. Na afronding van de bouw ontstaat op zowel de Fortunapolder als de Sint Jansplaat een hogere natuurwaarde. Dat wil zeggen dat de natuur aantrekkelijker wordt voor flora en fauna waardoor betere biodiversiteit kan ontstaan die gewenst is in de Biesbosch. Het gebied wordt natter gemaakt door het maaiveld te verlagen en de watertoevoer te verbeteren.

Natuur- en milieuonderzoeken

Het Nationale Park de Biesbosch is een Natura 2000-gebied en wordt beschermd met de natuurbeschermingswetgeving (Flora- en Faunawet en Natuurbeschermingswet). De bouw van het innamestation en de aanleg van toevoerleidingen hebben effect op de aanwezige natuur-, cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Om de milieugevolgen van de werkzaamheden in beeld te brengen, heeft Evides Waterbedrijf - dat de werkzaamheden leidt - een m.e.r.-procedure doorlopen en is een milieueffectrapportage opgesteld. In het gebied zijn ecologen met veel kennis en ervaring actief.

Veldonderzoek

In het werkgebied zijn in alle seizoenen onafhankelijke onderzoekers ingezet. Deze ecologen richten zich op plant- en diersoorten die hier voorkomen en wettelijk beschermd zijn. Zo brengen zij in kaart of de werkzaamheden effect hebben op de soorten en zo ja, hoe dit effect beperkt of gecompenseerd kan worden. Daarnaast maken de onderzoekers gebruik van bestaande habitatkaarten en de maandelijkse tellingen door Staatsbosbeheer op het voorkomen van bepaalde vogelsoorten.

Dieren en planten

Ten oosten van spaarbekken De Gijster onderzoeken ecologen van Bureau Waardenburg of de volgende planten en dieren voorkomen: hogere planten, kleine zoogdieren, verblijfplaatsen van vleermuizen, vogelsoorten en beschermde nestplaatsen, broedvogels met een instandhoudingsdoel en beschermde vissoorten.

Lees meer

Wat wordt met de gegevens gedaan?

De onderzoekers verzamelen alle gegevens om inzicht te krijgen welke planten en dieren in het gebied aanwezig zijn en hoe ze het gebied gebruiken. Vervolgens onderzoeken ze of er effecten zijn voor de beschermde dieren en planten, tijdens werkzaamheden en door de aanwezigheid van het nieuwe innamestation. Als er negatieve effecten zijn, leggen de onderzoekers maatregelen voor om de negatieve effecten te voorkomen of deze sterk te verminderen.